Een nieuwe koers naar het Nederland in 2030
De ambities van twintigers en dertigers voor Nederland zijn fors. Veertig van hen formuleerden voor de denktank Prospect een optimistische toekomstvisie. Nederland is in 2030 modern, krachtig, open en divers, concluderen de oprichters van Prospect.
De Nederlanders van de toekomst leven en werken in een zichzelf organiserende maatschappij, die horizontaal en niet verticaal is ingericht. Internationaal staat Nederland bekend als een kruispunt van ideeën, mensen en goederen. Het land is een proeftuin voor de wereld op gebieden als creativiteit, transport, informatiesamenleving en duurzaamheid. Onze innovatieve concepten zijn de belangrijkste exportproducten. Kernwaarden zijn vrijheid, ambitie, optimisme en vertrouwen.
Dat klinkt als een utopische droom, maar is een realistisch toekomstbeeld. Deze is geschetst door veertig jonge denkers die op het Huys ten Donck te Ridderkerk op 29 maart bijeen kwamen. De groep ondernemers, creatievelingen, juristen, architecten, wetenschappers en theologen heeft op initiatief van denktank Prospect haar visie op het Nederland van 2030 geformuleerd.
In een tijd van transformatie heeft onze maatschappij een structurele behoefte aan een ‘stip aan de horizon’. Nederlanders willen weten waar het als collectief naartoe gaat. Die wezenlijke vraag wordt op dit moment helaas nauwelijks gesteld, laat staan beantwoord.
Dit hangt samen met het diffuser worden van de macht. Het heeft geen zin krampachtig richting proberen te geven aan een maatschappij die steeds horizontaler wordt. Mensen vertrouwen instituties als politiek, overheid en media steeds minder. Tegelijk leggen ze met gemak contact via het internet. Het is tijd voor nieuwe verbanden, Prospect wil er een van zijn.
Een nieuwe koers
Op de denksessie hebben we een aantal gemeenschappelijke standpunten, visies en uitdagingen kunnen benoemen. Zo vinden we dat Nederland toonaangevend moet worden als proeftuin voor de wereld, bijvoorbeeld op het gebied van transport en duurzaamheid. Nederland wordt een levend lab. Daartoe worden in (delen van) het land tijdelijke regelvrije zones ingesteld. De invulling van ons land wordt gekenmerkt door gebruik van krachtige combinaties tussen ruimte, water, energie, voedselbronnen en cultuur. Zo komen we tot duurzame en toonaangevende oplossingen in bouw en ruimtelijke ordening.
Nederland is in 2030 een sterk merk waar Nederlanders trots op zijn. Think global, act Dutch. Onze toekomst is een kruispunt in Europa en de wereld. Niet alleen voor goederenvervoer, maar vooral voor mensen, ideeën en kennis. Dat is waar Nederland traditioneel goed in is. Ons land is altijd divers, tolerant en open geweest; het verzuilingsmodel heeft voorkomen dat Nederland zich ontwikkelde tot een uniforme samenleving. We staan aan de basis van Europese samenwerking, spreken onze talen en zijn echte bruggenbouwers. Dat beseffen we ons nu te weinig, maar in 2030 hebben we onze identiteit herbenoemd. Vanuit die kracht zijn we een vooraanstaande speler in een divers Europa.
De cultuur in Nederland is in 2030 heel anders. Chagrijn, angst en zelftwijfel hebben plaats gemaakt voor ambitie en optimisme. Wij hekelen het huidige gebrek aan vertrouwen, het kapittelen van diversiteit en het regeren van de middelmaat. Dat gaan we niet aanpakken door het oude, verticale systeem van politiek, overheid, verenigingen en maatschappelijke organisaties te hervormen. De polder is toch al in structureel verval. Veel liever gaan we aan de slag met nieuwe, horizontale verbanden, die het vertrouwen van burgers onderling kunnen versterken.
Eén maatregel voeren we wel uit tegen de oude garde: we schaffen de politieke partijen af. Thought leadership en visies vanuit de samenleving hebben de toekomst, niet deze instituten met hun commissies en magere vertegenwoordiging in de maatschappij. Dit is een voorstel met historische wortels. In de negentiende eeuw waren parlementariërs niet aangesloten bij een partij en konden ze vrijuit spreken. Tegenwoordig zijn partijen het vaker intern oneens dan extern . We zullen de personaliseringscultuur van vandaag moeten omarmen in plaats van verwerpen.
In 2030 is Nederland de creatieve sector. Die is niet langer een segment van een groter geheel, maar de kern van onze samenleving. Daarmee is de creativiteit bevrijd uit haar economisch keurslijf en krijgt zij de ruimte om zichzelf te sturen in onverwachte richtingen. Soms zijn creaties nutteloos en ontwrichtend, dan weer functioneel en probleemoplossend. Creativiteit vervangt als bron van inspiratie en energie de leegrakende gasbel – mits we erin slagen ons te verlossen van verstikkende regels en gepolder. Zij creëert bovendien niet alleen ruimte in onze samenleving, maar ook in de geest van iedere Nederlander, van jongs af aan.
Postmoderne chaos heeft de toekomst
Een nieuwe visie zal het unheimische gevoel van dit decennium niet doen verdwijnen. De paradox is dat, terwijl gezag en invloed van oude instituten afbrokkelen, collectieve problemen blijven bestaan. Burgers vragen terecht om een duidelijke strategie voor uitdagingen als vergrijzing, globalisering en duurzaamheid. Maar zij willen niet terugkeren naar een vadertje staat of een samenleving die gebaseerd is op verticale verbanden. Dit is een realiteit waar veel mensen boven onze leeftijdsgroep nog aan moeten wennen.
Als oplossing droeg een aantal deelnemers het concept van de faciliterende overheid aan. Dit systeem legt slechts de randvoorwaarden voor de samenleving vast, zoals voor de economie en persoonlijke ontplooiing. Autonome burgers en bedrijven kunnen in een vrije ruimte met duidelijke grenzen optimaal functioneren en groeien. Ook kunnen zij voor de samenleving realiseerbare projecten aanreiken, omdat zij zelf het beste hun capaciteiten en behoeften kunnen inschatten.
Helaas is dit systeem ook niet volkomen ideaal. De samenleving raakt in dit model zeer gefragmenteerd. Het opgeven van verticale structuren betekent meer versplintering en minder overzichtelijkheid, een soort postmoderne chaos. Een anarchistisch duo dat bij onze denkdag was zal dit toejuichen, maar de rest van de Nederlanders waarschijnlijk niet.
Toch is er geen andere weg, want we zitten al lang op deze koers. Twintigers en dertigers herkennen deze trend beter dan de generaties boven hen. Daarom vullen zij hun betrokkenheid op een eigen, horizontale manier in. Deze ‘netwerkgeneratie’ beweegt zich makkelijk door allerlei circuits in binnen- en buitenland. Jarenlange dienst in commissies en verenigingen is in haar ogen een verouderde vorm van sociale participatie. Een rommelig geheel van talloze clubjes en initiatieven is hun playground , vaak onzichtbaar voor het publiek bewustzijn en de media.
Daarom is denktank Prospect het platform voor de nieuwe denkers. Zij kunnen daar ideeën bundelen en vanuit hun eigen expertise werken. De meningen mogen verschillen, het gaat ons slechts om uitkomsten die prikkelen en verfrissend werken. Nederland heeft grote behoefte aan energie en perspectief in het maatschappelijk debat. Wie anders dan de jonge generatie kan daar verandering in brengen?
Joop Hazenberg, Catharina Groeninx van Zoelen, Ido Verhagen en Farid Tabarki zijn oprichters van denktank Prospect
Marietje Schaake, Demet Yazilitas, Nico Druif, Joeri van den Steenhoven, Mariska Heijs, Uli Mans, Suzanne van Hattum, Ron Minken, Otto Kokke, Daan Koppenaal, Doutje Lettinga, Brian Tjemkes, Ron Salden, Bas Ruyssenaars, Katie Kirk, Caspar van den Berg, Flor Avelino, Marc Suters, Jos Willem van Oorschot, Jeffrey van der Hoeven, Sjaron Minailo, Hilde Laffeber, Ewoud Poerink, Peter van Grinsven, Edgar Neo, Anna Chojnacka, Marc Koehler en Steven van de Vijver zijn als jonge denkers verbonden aan Prospect. |